Dertig jaar te vroeg in het zand

Opdracht van Dennis: schrijf een verhaal met iets Zeeuws (Bas heeft de definitie opgerekt)

“Het zal toch niet?” Jan zakt op zijn knieën neer in het strand. Zijn normaal zo rustige rondje langs de Oosterschelde wordt ruw verstoord als hij iets bekends in het zand ziet liggen. Hij raapt de metalen koker uit een klein plasje. “Dit is onmogelijk,” mompelt hij. Het voelt alsof een steen vanuit zijn nek in zijn maag valt als hij het bekende Europese vlaggetje ziet. Op de achterkant staat de Engelstalige gravure ‘Greetings from 2018’. Het is de tijdscapsule, zijn tijdscapsule.  Hoe kan dit ding nou hier aankomen? Wat voor een reis heeft hij gemaakt om op het strandje van Wemeldinge te belanden? Door de kering heen nog wel. Jan twijfelt even om zichzelf te knijpen, maar het is hem echt. “Godverdomme!” schreeuwt hij het uit. Een Belgische toerist op de Promenade kijkt verschrikt op van zijn campingtafeltje met geraapte oesters. Een mix van verwarring en boosheid maakt in hem plaats voor medelijden. “Kan de mens zich ooit nog redden?” jammert hij terwijl hij de koker met twee handen voor zich schudt.

Dit moment had Jan niet zien aankomen tijdens de laatste dagen voor zijn pensioen in 2018, twee jaar eerder. Op dat moment werkt Jan al bijna dertig jaar voor het KNMI. Vlak na de eeuwwisseling is hij er onderzoek gaan doen naar klimaatverandering en wat dat betekent voor het Nederlandse weer op lange termijn. De jaren vlogen voorbij, zoals hij zelf zegt, en hij heeft nooit meer iets anders gedaan voor zijn werk dan dit. 

“Nog een paar dagen Jan!” lacht zijn vrouw Margreet als Jan weer eens laat thuis komt van werk. Het begint al te schemeren buiten. Margreet heeft de tafel gedekt en voor de gezelligheid een kaarsje er op gezet. “Als ik het niet meer leuk vond, was ik allang vertrokken hoor,” antwoordt Jan beslist, “dat weet jij ook.” Margreet knikt, “Maar toch fijn zo meteen, zoveel vrijheid.” Jan gaat zitten tafel als Margreet met een dampend pannetje aardappels uit de keuken komt. “Ik moet nog zien wat ik allemaal ga doen dan. Als ik me maar niet verveel.” Margreet begint meteen ideeën op te noemen: “Je kan vaker lezen, iets tekenen, uitwaaien op het strand. Of je kan de badkamer nog afmaken natuurlijk.” “Laat mij maar over het strand wandelen dan,” antwoord Jan grinnikend, “het is tenslotte nog warm genoeg buiten.”

Voor zijn pensioen krijgt hij een bijzonder afscheidscadeau. Een week na het afscheid mag hij mee met een klein groepje collega’s (dan oud-collega’s) op expeditie naar de Noordpool voor een Europees onderzoek naar de wereldtemperatuur en de CO2-concentratie in de atmosfeer de afgelopen eeuwen. Voor het onderzoek worden een serie boringen uitgevoerd tot een paar meter diep in het ijs. Deze lagen ijs bevatten luchtbelletjes van door de verschillende millennia heen. Hoe dieper je boort, hoe ouder de laag en de luchtbelletjes er in. Vervolgens wordt de CO2-concentratie in deze belletjes gemeten. Zo weten ze wat die concentratie door de tijd heen moet zijn geweest. 

In een van die geboorde gaten in het ijs laten ze een tijdscapsule achter. Speciaal omdat Jan met pensioen gaat mag hij voor een groot deel bepalen wat er in gaat. Jan heeft er met Margreet dagenlang over nagedacht. Hij heeft een brief geschreven met een kort verslagje van de wereld waar hij nu in leeft. Verder stopt hij er wat foto’s in die Margreet heeft uitgezocht en een dikke zaterdagkrant van het weekend voor de reis, met het bijbehorende lifestyle magazine. 

De hele reis naar de Noordpool per vliegtuig is zeer belastend voor het milieu, maar Jan vindt het gerechtvaardigd omdat het voor onderzoek is. Hoewel hij weet dat hij het stiekem ook voor zijn plezier doet, vindt hij zijn reis wezenlijk verschillen van die massa’s toeristen die de hele wereld jaar in jaar uit naar de getver vliegen. En voor wat? Om vervolgens in een ander land op de grond te liggen. Aan het water, dat wel, maar toch. Hierna zal hij bovendien nooit meer vliegen besluit hij. Misschien ook nog wel stoppen met vlees eten.

Het is helder weer als het onderzoeksteam aankomt op de te onderzoeken locatie op de Noordpool. Het ijzige landschap maakt diepe indruk op Jan. Het oneindig wit, de blauwe lucht die soms rood wordt, de heuvels en de kou. De beren die er rondlopen.  Het waait een beetje waardoor de gevoelstemperatuur misschien iets onder de nul uitkomt. Na het boren, dat verrassend snel gaat, wordt de capsule in een niet al te diep gat gegooid. “Zo,” zegt een mede-onderzoeker van Jan, “die ligt daar nog wel komende dertig tot veertig jaar!” Het is een kwestie van tijd voordat hij ergens zal aanspoelen. Over enkele decennia zal de Noordpool door klimaatverandering in zijn geheel ijsvrij zijn verwachten ze. Je kan er dan met een bootje rechtstreeks over varen. Of Jan het nog zal meemaken dat de tijdscapsule ergens aankomt weet hij niet, maar hij kan alleen maar hopen dat het niet zal gebeuren. 

Dit verhaal is geïnspireerd op een waargebeurd verhaal.

Bas Buise – januari 2021

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s